Blog2Blog Maak je eigen Blog2Blog | Gratis je eigen blog c.q weblog op internet
DominicaanseRepubliek
DominicaanseRepubliek Home | Profile | Archives
Alles over deze populaire vakantiebestemming. Welkom zijn: Recensies van hotels. Recensies van vliegmaatschappijen. Recensies van excursies. Recepten Verhalen Sigaarervaringen Belevenissen die je met anderen wilt delen.

Helicoptervlucht19/7/2005

Via Helido S.A hebben we deze keer een helicoptervlucht gemaakt over een gedeelte van de Noordkust. Een echte aanrader.

Je hebt drie vluchten.
10. min. Een beetje over Puerto Plata.
20. min. Langs de kust tot Sosua en dan via la Isabela terug.
30. min. Langs de kust tot Cabarete en dan het binnenland in.

Wij hebben de laatste genomen.
Je wordt afgehaald bij je hotel, maakt niet uit waar je logeert, het is bij de prijs inbegrepen. Je wordt dan gebracht naar Playa Dorada (vlakbij paradise beach en Plaza Dorada is de standplaats).
Je gaat met twee piloten en maximaal twee passagiers. Hoofdtelefoons op en zo kun je met elkaar communiceren.
Eerst een stukje langs de kust en dan ga je het binnenland in, en dat op een hoogte van zo'n 30 a 40 meter.
Op een gegeven ogenblik gaan de piloten de Camú rivier volgen, dwz met elke bocht die de rivier maakt gaat de helicopter mee, een sensatie wat je te zien krijgt! Watervalletjes maar ook kastelen van huizen met enorme zwembaden, zelfs twee boeren die een kudde koeien de rivier wilden laten oversteken. Die waren niet zo heel blij want de koeien schrokken zich het apelazerus toen we boven ze langs scheerden.
De hele rivier wordt gevolgd en dan via Sosua weer terug.
Een echte aanrader. Je bent niet de hele dag onderweg zoals bij die zogenaamde safari's en het is weer eens wat anders, lijkt me ook voor de kinderen fantastisch en de vrouw wordt heel week
Lijkt me trouwens een aanrader als verrassing voor de dames, heb ik iig gedaan en dat was een succes.

Wat kost da???

10 min. is 65 Dollar, 20 min. 95 en de complete 130 Dollar.
DOEN!!

1 Comments | Post Comment | Permanent Link

Hotelrecensie Gran Flamenco Puerto Plata19/7/2005

Algemene indruk:
Het is een netjes en verzorgd hotel met over het algemeen een vriendelijk personeel. Het heeft een heel groot zwembad met een bar er in, open tot 5.00 pm. het zwembad heeft een badmeester die echt oplet. Het hotel is gelegen aan het strand, waar zich ook een restaurant bevindt, waar alleen fastfood wordt geserveerd. Daar kun je ook je drankjes halen als je op het strand ligt. Minpunt is de hoge onnodige bezettingsgraat van de bedden. Wij konden op een gegeven ogenblik om 11.00 am al geen bed meer vinden. Ik heb hier de supervisor op aangesproken en die ging persoonlijk 2 bedden zoeken voor ons, dat was weer goed, maar ik ben dan ook erg vriendelijk

De kamers:
De kamers zijn oke, schoon eenvoudig dat wel en met ouderwetse ktv's zonder afstandbediening, maar wel met kabel dus veel zenders. De airconditioning is wat minder die maakt een enorme herrie. Je hebt geen minibar in je kamer zoals in Riu en zelfs geen drinkwater, maar beneden in de hal staat een koeler met botellones.

Eten
Het eten is afwisselend en gewoon goed, je hebt gelukkig ook voldoende Dominicaanse gerechten. Je kunt in een airconditionede ruimte eten, en boven in de open lucht serveert men iedere avond houtoven pizza's die verbazingwekkend goed zijn. Tip: ga er zitten om een uur of 8 en blijf er dan want je hebt uitzicht op het podium waar de shows worden gehouden.

Drank
Ze kennen alle coctails zelfs al staat ze niet op de lijst (sexo on the beach), de hele dag serveert men witte wijn, daar moet je wel om vragen want je ziet het nergens staan. Dit is geen chateau migraine maar een eenvoudig maar eerlijk wijntje met weinig alcohol. Ook rode wijn wordt geserveerd. Je kunt geserveerd krijgen in glazen in plaats van in plastic bekers maar dan moet je even aandringen want het mag eigenlijk niet ivm glasgevaar. Een 100 pesos en een knipoog en het komt allemaal goed.

Entertaiment en shows
Eerlijk gezegd is het mij niet opgevallen en dat is dus een goed teken, ze proberen je dus niet de hele dag uit je bed te trekken. De avondshows zijn aardig met teveel spelletjes maar ja dat willen de mensen. Twee keer per week is er een echte dansshow onder regie van een Cubaanse , die zelf ook aardig danst...vooral de mannen zijn erg enthousiast zag ik om mij heen.

Sport
Je kunt er duiken, de eigenaar en instructeur is een Hollander, en je hebt een tennisbaan.
In de lobby zit een banco popular.
Nog een tip, als je naar Hemingway's wil of naar de disco van Paradise, Crazy moon waar iedereen mag komen en een hele goeie is,( zonder puticas want die worden geweerd vertelde de manager mij), neem dan de achteruitgang, die vind je aan het eind van de winkels, bij de sigarenboer zeg maar. Terug is de deur gesloten maar dan moet je even kloppen en doet de bewaker open.

Algemeen:
Voor het geld (wij betaalden voor 10 dagen in totaal 620 euro, zobder vlucht natuurlijk) een aanrader.

1 Comments | Post Comment | Permanent Link

Recensie Viva Tangerine Cabarete19/7/2005

Hotel Viva Tangerine Cabarete Verblijf 7 tot 10 april 2004 All Inclusive

Algemene indruk:
Het is een nieuw (6 maanden oud) schoon, wat klein hotel met over het algemeen een zeer vriendelijk personeel. Het heeft een zwembad, niet groot maar ideaal voor de kinderen, het zwembad heeft een badmeester. Het hotel is gelegen aan het strand, dat wil zeggen je moet een trap af. Rechts van de trap bevindt zich een restaurantje waar alleen fastfood (hamburgers en pizza van uitstekende kwaliteit!) wordt geserveerd. Minpunt is weer de hoge onnodige bezettingsgraad van de bedden, maar daar kan het hotel niks aan doen. Er is voldoende schaduw te vinden voor degenen die geen zonaanbidders zijn. Vraag dan even aan de bewaker of hij een of twee strandbedden (sillones) naar boven haalt van het strand en je zoekt een schaduwplekje op het gras en je ligt heerlijk in de schaduw en uit de wind. Alle strandbedden zijn brandschoon en nog echt blauw, ook de badlakens zijn schoon zonder versleten stukken en gaten waar ik zo’n hekel aan heb.

De kamers:
De kamers zijn oke, schoon en eenvoudig en wat aan de kleine kant, de stoel staat enorm in de weg die hebben we gelijk op een andere plaats gezet. De airconditioning is modern en functioneert goed, er is geen ventilator aanwezig. Je hebt een minibar in je kamer met alleen frisdrank en flesjes water, koelkast is er dus. Ook is er een tv met een afstandsbediening. Heel mooi is de badkamer, goed afgewerkt en met een douchecabine in plaats van die armoedige plastic baden die niemand gebruikt. Ook is er een bidet. De schoonmaaksters weten zich enorm goed op de achtergrond te houden, geen geklop of per ongeluk binnen komen, ze maken schoon zonder dat je het merkt, ideaal dus.

Eten
Het eten is afwisselend en gewoon goed, je hebt gelukkig ook voldoende Dominicaanse gerechten, ook heb je een Mexicaans restaurant daar zijn we echter niet geweest.

Drank
Ze kennen alle coctails, je hebt er net als in de Riu’s een kaart, de hele dag serveert men witte en rode wijn, daar moet je wel om vragen want je ziet het nergens staan. Een eenvoudig maar eerlijke wijntje met weinig alcohol een goed alternatief voor dat eeuwige bier. Ook in dit hotel kun je geserveerd krijgen in glazen in plaats van in plastic bekers maar dan moet je even aandringen want het mag eigenlijk niet ivm glasgevaar.

Entertaiment en shows
Entertainment is er maar de entertainers zijn relaxed. Twee van de jongens die mijn vriendin nog kenden uit een ander hotel vertelden ons dat ze niet mogen pushen en eerder vriendelijk moeten zijn en een praatje mogen maken en een borrel drinken met de klanten. De dansshows zijn van een heel erg laag niveau, vier danseressen, waarvan twee, een Canadese en een Italiaanse echt niet het lichaam van een danseres hebben, dik en slap, en konden er ook niks van. Een Dominicaanse (volgens haar dan maar volgens mij Haitiaanse) geeft wel een spetterende solodans die wat deed denken aan een Braziliaans Voodoo ritueel. ’s-Middags wordt er dansles gegeven door een Duitser (??) en een Italiaanse, ik dans nog beter…dus neem geen lessen daar want dan leer je nog geen Salsa of Merengue. (Voor de jongelui...er is nog personeel nodig in de entertainment, 500 US per maand)

Discotheek
De discotheek is ondergronds, heel mooi en groot en een grote variatie aan muziek, ook hier zijn alle drankjes vrij. Is alleen toegankelijk voor gasten. Open van 11.00 pm tot een uur of 3.00.

Geld kun je wisselen bij de receptie waar ze tot onze verbazing een betere koers gaven dan op straat.

Algemeen:
Voor het geld (23 euro per persoon per dag) een aanrader

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

La Vega impressie19/7/2005

Korianderlucht
omhult de late middag
het ritme van de klokken luid

de witte muur
weerkaatst oranje licht

en in de verte
blaft een hond
iets te vroeg
de stille tropenavond in.

 

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Domingo 9.00 am.19/7/2005

"Se fue la luz"
guardias se mojan la cara

grecas cantan calientes

impacientes en unido coro

una calle
sin vida

inmaculada
será despierta de su sueño lujuso
por

ya sudando vez tras vez "limpiabota!'
la musica injusta.

 

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Tropenherfst19/7/2005

De zon zetelt zich
Zuchtend in de troon
Wrijft genoeg’lijk de handen
Wachtend op zijn beurt

Glimlacht verlegen
Wanneer hij teder
Als met vaderhand
De palmentranen droogt

 

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Pecado19/7/2005

Adem in en
Zelfs de hond verstomt
Als snelle passen
Zonder arg
Veel te vroeg
Gaatjes maken
In ’t slapend grint

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Playa Grande19/7/2005

Een schaterlach verbaast ’t middagstrand
Tenen schuren het witte zand
Terwijl de rode wijn
Mijn leed verzacht

Een laatste plons
Rondt deze dag
Die eeuwen duurde
En nog langer mag

Straks in drukte
Denk ik
Steeds vaker
Aan jouw schaterlach
Waarvan ik teugen dronk
Maar toch, vreemd
nooit dronken werd

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Kook de rijst eens goed19/7/2005

“Ah, arroz de dieta?”, (dieetrijst), reageerde het sympathieke meisje van de supermarkt toen ik om ‘arroz-integral’ (zilvervliesrijst) had gevraagd. Na veel zoeken in het magazijn had zij een zak van een kilo gevonden die ze me trots toonde. Ik knikte van een afstandje en ondanks veel te veel betaald te hebben, reed ik toch met een blij gevoel naar huis. Popelend onze vrienden eens wat anders voor te schotelen dan altijd maar die witte rijst. De andere dag de rijst goed gewassen, de instructies opgevolgd, de mooie bruine grote korrels in ruim water op het vuur gezet en inderdaad. Een mooi pannetje rijst was het resultaat van lang zoeken in verschillende supermarkten.

Het luide gelach en gejoel verstomde heel even toen mijn vrouw de schaal met zilvervliesrijst op tafel zette. De subtiele stilte was net lang genoeg om te weten wat kwam. Een teleurstelling. Onze gasten bedienden zich van de kip en bijgerechten maar waren nog niet begonnen met eten. “Ronaldo, permiso, por favor”, vroeg mijn beste vriend en ik volgde hem naar de gang. “Ronaldo, ik denk dat je gasten wachten op de rijst”.
“Hoezo, wachten op de rijst, de rijst staat al lang op tafel, koud te worden. Gezonde ‘arroz integral’, met veel vitaminen en weet ik veel wat voor andere goede bouwstoffen”, probeerde ik.
“Ronaldo, escucha. Nou woon je al zo lang hier bij ons, weet je nou nog niet dat we alleen witte Dominicaanse rijst eten? Die rijst is niet onze ‘gusto’, Ronaldo, wij eten alleen witte rijst”, hij keek mij wat hopeloos aan.
Wat nu te doen. De enige redding was een exclusiviteitspraatje. Samen gingen we weer naar binnen en mijn vriend ging glimlachend zitten, stiekem genietend van de rug-tegen-de-muur situatie.

“Geliefde genodigden”, zo begon ik, “na weken lang zoeken heb ik iets gevonden waarvan de meeste Dominicanen het bestaan niet kennen, een primeur zeg maar”, ik maakte een plechtig zwaaiend gebaar dat eindigde op de pan rijst die mij ook al niet meer zo aantrekkelijk leek,”het betreft ‘Taino-rijst’”.
“Jullie als geletterden weten allemaal dat de Tainos de oorspronkelijke bewoners waren van dit eiland”, er klonk gemompel. Ik kreeg weer hoop. “De Tainos waren indianen die leefden van yuca, batata (zoete aardappel), plátanos (grote bakbananen) en, wat velen niet weten maar wat archeologen recent hebben ontdekt, van deze rijst, de zogeheten ‘Taino-rijst’. Recente studies hebben aangetoond dat de lange levensduur van de Tainos en hun uitstekende gezondheid grotendeels te danken waren aan....u raadt het al, deze rijst.
Het is voor mijn vrouw en mij een grote eer jullie deze zeer kostbare rijst te mogen serveren, ‘buen provecho’”.

Niets menselijks is de Dominicanen vreemd, er werd gedrongen om wie het eerst zich zou bedienen van de zilvervliesrijst. Mijn vrouw keek mij beschuldigend aan en schudde langzaam haar wijze hoofd. Ik haalde mijn schouders op en nam een hap van een kippepootje. Zegt u nou zelf, wat had ik anders moeten doen?

Hierbij enige hulp bij het bereiden van witte rijst op de Dominicaanse manier.
Gebruik gewone rijst, bijvoorbeeld Surinaamse rijst. Geen tover- of snelklaarrijst!


Was de rijst goed tot het spoelwater helder is. Tel één kop rijst per persoon. Vul de pan met rijst naar behoefte en voeg water toe tot er één vingerkootje verschill tussen de oppervlakte van de rijst en die van het water. Gebruik voor vier koppen rijst anderhalf thhelepeltje zout. Voeg er één eetlepel olijfolie aan toe. Breng de rijst aan de kook. Wanneer het water kookt roert u één keer de rijst door. Wanneer er gaatjes in de rijstmassa ontstaan draait u het vuur laag en laat zo de rijst gaar stomen. Vlak voor het serveren nog wat olie toevoegen.
De olie geeft een mooie glans aan de rijst en een vollere smaak. Slecht voor de lijn maar goed voor het gehemelte. De rijst op de bodem, wat aangebakken, noemen de Dominicanen ‘con-con’ en is voor sommigen een lekkernij.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Heilbot met veel knoflook19/7/2005

Iedereen in het dorp noemt hem het knoflookmannetje. Don Pedro Nafir Saad is zijn officiele naam. Grijs dik achterovergekamd haar, de scherpe neus en levendige ogen verraden zijn oorsprong: zoon van Libanese immigranten. 82 Jaar geleden is Don Pedro hier geboren en net als zijn ouders deden, handelt hij in groenten, fruit, aardappelen en vooral veel knoflook. Of men hem het knoflookmannetje noemt om zijn waar of om zijn adem, daarover zijn de meningen verdeelt. Het ís echter even wennen als je de eerste keer met Don Pedro praat. Hij eet namelijk gedurende de hele dag rauwe knoflook, wat uiteraard gepaard gaat met een wat pittige adem. Adembenemend zeg maar. “Zo’n vier bolletjes “, antwoordde Don Pedro toen ik hem eergisteren vroeg hoeveel knoflook hij per dag eet, “en natuurlijk nog wat moeder de vrouw, ‘la mujer’, in het eten gebruikt”.
“Ik kan niet zonder”, zo ging hij verder, “ik heb het nodig voor m’n spijsvertering, het is ‘n natuurlijk antibioticum en houdt geest en lichaam jong”.

Inderdaad Don Pedro, 82 jaar oud, jogt nog iedere morgen zijn vijf kilometertjes en speelt nog graag een spelletje schaak.

“U weet toch wel, Holandés, dat de pyramidebouwers in Egypte hun kracht uit de knoflook haalden? Ja, Ja, de mensen moesten meer knoflook eten dan zouden ze meer presteren en gezonder zijn. Neem nou die vrouwen van tegenwoordig. Je kunt het amper nog vrouwen noemen, zeg ik altijd. Allemaal mager en altijd moe. Ze raken in verwachting en wat gebeurt er na acht maanden? Ja hoor, stoppen ze met werken, pijn, geen energie en maar klagen. Weet u waar ík ben geboren? Tussen de uien en de knoflook, op de markt, mijn moeder was zó sterk en ‘enérgica’ dat ze maar twee dagen thuis is gebleven na de bevalling”.
Hij keek me trots aan met zijn felle ogen. “Meer knoflook eten dus, caballero.

Wilt u anders nog iets?”. “Ja geef maar een pond knoflook”, antwoordde ik. Dit antwoord maakte hem verdrietig. Hij keek mij aan alsof ik hem in het gezicht sloeg. “U komt maar één keer per week, en toch koopt u maar één pond knoflook?”. Hij schudde zijn zongebrande hoofd. “Wilt u zo worden als ik, 82 jaar, hardloper, schaker, twaalf uur per dag werkend, al 33 jaar niet verkouden geweest, sterk als een os?”. “Dan moet ik meer knoflook eten”, zo vulde ik hem netjes aan, “geeft u maar ‘un kilogramo’, ik ga meer knoflook eten, beloof ik u”. Hij grijnsde en gaf mij een bijna mortale klap op de rood-verbrande schouder, resultaat van de ‘maandag stranddag’. Don Pedro schudde mij enthousiast de hand en zwaaide mij na toen ik wegfietste, blij weer een discipel gemaakt te hebben.
Hier volgt een heerlijk recept voor de visliefhebbers en voor aldegenen die op hun tweeentachtigste nog willen............u begrijpt het wel.


Mero con coco (Heilbot met kokosmelk)

Ingredienten:

1250 gram heilbot in moten gesneden
2 dl. kokosmelk uit blik
1 hele gestampte bol knoflook
3 theelepels zout
1 theelepel oregano
2 theelepels citroensap
snufje peper
wat bloem om de vis te paneren

Bereiding:

Was de vis en droog ze goed. De gestampte knoflook mengt u met het zout, de citroensap, de peper en de oregano. In deze marinade laat u de vis een uur staan. Wentel nu de moten in de bloem en bak ze goudbruin in ruime hete olie. Bewaar de marinade.

Ingredienten voor de saus:

De gebruikte olie
de marinade
1 ui in ringen gesneden
1 groene paprika in ringen gesneden
1 laurierblad
2 eetlepels fijngehakte prei
1 takje peterselie
3 eetlepels tomatenpasta

Bereiding van de saus:

In de hete olie bakt u de ui licht aan en voegt de marinade, paprika, prei, laurier en tomatenpasta toe. Laat dit vijf tot acht minuten sudderen.
In de grote pan waar u het gerecht verder in bereid verhit u de kokosmelk langzaam met een kop heet water. Voeg nu de sudderende saus toe en laat dit geheel op zacht vuur, zonder dat het aan de kook raakt!
Voeg de vis toe, doe het deksel op de pan en laat het geheel sudderen gedurende 15 tot 20 minuten. Voeg wat citroensap toe. Bij het serveren oppassen dat de moten vis niet uiteenvallen.

.

1 Comments | Post Comment | Permanent Link

Melcochas19/7/2005

El botellero”, letterlijk vertaald is dat ‘de flessendrager’, is een bekende persoon in elk dorp of iedere stad in de Dominicaanse Republiek. Hij leeft van het ophalen van lege bier-, rum- en wijnflessen, die hij dan weer verkoopt aan de desbetreffende fabrieken. Ook heeft hij andere afnemers van zijn lege flessen, bijvoorbeeld imkers. Imkers staan er bekend om dat zijn hun honing bij gebrek aan geldmiddelen voor hun eigen potten, in kleine 37 cl. flessen verkopen, met rumetiket en al er nog op.

Onder de vele buitenlanders die er op dit eiland wonen wonen er veel Canadezen, sommigen voor zaken, anderen zijn avonturiers die van de stranden houden, en sommigen zijn getrouwd met Dominicaansen en vinden het hier beter dan in Canada. Twee van die avonturiers zijn vrienden van ons en vertelden ons eens een verhaal waar wij heel smakelijk om hebben gelachen.

Zij hebben een klein huisje aan de kust en enkele Amerikaanse avonturiers hadden hen gevraagd een week of twee bij hun te mogen logeren. “No problem, you’re welcome”, hadden zij geantwoord. Waren nog nooit in een Zuid-amerikaans land geweest. Spraken geen Spaans, en waren van het platteland van Kentucky.
Onze Canadese vrienden zijn gek op honing en kopen die direkt bij een bekende imker in kleine rum-flesjes die hij koopt bij de .....”botellero”.

De Kentuckiers genoten van de hele goede honing, en aten er goed van bij het daaglijks ontbijt. Na enkele dagen begonnen zij rond te wandelen in het dorp, en hadden iets opgemerkt waar zij onder elkaar al een tijdje over spraken. Teneinde raad vroegen zij onze Canadezen om raad. “Listen, waarom eet dit volk toch zo veel honing?”, vroeg de brutaalste. “Hoezo?” “Je ziet mannen lopen met flessen honing in hun zak, je ziet ze op straat op de hoek honing drinken, elke kruidenierszaak staat vol met honing, het is honey, honey en honey wat je ziet”.
Daarop barsten de Canadiens in lachen uit en legde hen uit dat de flesjes die zij in de Weekendbroek-kontzak van de Dominicaanse boeren zagen geen honing was, maar de verplichte dosis rum waar de Dominicaanse man het weekend mee doorkomt. Dat de kruidenierszaak niet zoveel honing verkocht maar zoveel rum. En dat de etiketten op de flesjes geen honingmerk was maar een rummerk en dat de imker niet voldoende geld had om zijn eigen flesjes te laten maken.Dat de botellero lege flessen ophaalde en ze weer verkocht.

“Oh, zei het Amerikaanse meisje, ik dacht altijd dat hij “l love you” riep maar hij roept dus om lege flessen”. Opnieuw scoorde het Amerikaanse echtpaar. Inderdaad de platte manier waarop de botellero om botellas riep leek in de verte op “l love you”.


Om dit verhaal hun nooit meer te laten vergeten hebben we toen een typisch Dominicaans nagerecht of zomaar tussendoortje gemaakt. Het heet Melcocha. En kijk goed om u heen als u de volgende keer op straat loopt. “l love you”, hoorden we de volgende morgenvroeg.

Melcocha (soort bereide honing)

Ingredienten:

2 kopjes suiker
1 kopje water
1 theelepel citroensap
1 theelepel honing

Bereiding:

Doe alle ingredienten bij elkaar in een pan, roer het en zet het op middelhoog vuur tot het de vrom van een harde bal aanneemt.
Draai het vuur laag en leg de bal op een licht met boter ingevette schaal.
Wanneer het wat afgekoeld is, haalt u het van de schaal af en kneedt het geheel tot er een moooie lange massa ontstaat. Maak nu met een mes uw Melcochas.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Berenjenas (aubergines)19/7/2005

Een vriend die in een gehucht in de bergen woont had ons uitgenodigd een paar dagen bij hem te logeren. Zo’n uitnodiging neem je natuurlijk aan als het hier in augustus zo’n 38 graden is. “Het is hier heerlijk fris nu!”, gilde hij door de telefoon aangezien de verbinding soms Dominicaans is, “je kunt hier zelfs zónder ventilator slapen!”.
Zonder abanico slapen. Dat was voor het laatst in......even kijken 1991, op bezoek bij pa en ma in Nederland. Hier slapen we nu in augustus zelfs niet met de air-conditioner op full én ventilator recht op de raap.
Op naar de bergen dus.

Vroeg vertrokken en inderdaad bij het stijgen voelden we al slikkend, pratend, en met jeuk in de oren hoe het steeds koeler werd. De bananenbomen maakten plaats voor ‘pinos’ (dennebomen) en de geur van de knoflookvelden maakten ons hongerig. Voor ons in de bus zat een oud vrouwtje. Krom, mager en de nog weelderige grijze haarbos op een knot. Al twee keer had ze omgekeken zonder enige aanwijsbare reden.
Nu hield ze het niet meer. “Americano?’, vroeg ze me vriendelijk. “No, Holandés”, antwoordde ik. “Nueva York?”, probeerde ze weer. Ik schudde m’n hoofd. “Holanda, Europa”, zei ik duidelijk articulerend.
Ze draaide haar hoofd weer terug en herhaalde naar haar vriendin. “Holanda, Holanda”. Ze keken elkaar aan en schudden beiden de schouders. Het ouwetje draaide zich weer om. “Ah, señor no es Americano?”, ze lachte en toonde haar gouden tanden.

Ik haalde een ansichtkaart tevoorschijn die ik toevallig pas uit de postbus hadden gehaald, ‘groeten uit Amsterdam’ met een tulpenveld en ..heel origineel een molen met Nederlandse boerin op klompen, waar je Amerikaan voor moet zijn om het leuk te vinden. Ik liet haar de ansicht zien en zei verklarend: “Holanda, tulipanes (tulpen)”, ik reikte haar de ansicht aan. Ze keek aandachtig naar de kaart en dan weer naar mij en naar haar vriendin, haar mond viel open van verbazing, “bonito, lindo, precioso ay que bello!!”
Ze liet de kaart aan haar vriendin zien die ook overtreffende trappen gebruikte om de tulpen te beschrijven.
Al snel ging de kaart van hand tot hand door de hele bus met boeren en iedereen was in extase van het molentje met de tulpen. Mijn vrouw en ik keken lachend toe en voelden ons weer even toerist.

Uiteindelijk werd onze temperamentvolle vriendin het zat, stond op en rukte de kaart uit de hand van een jongeman voorin de bus. Opnieuw bestudeerde ze ‘m. “U mag ‘m houden”, zei ik. Ze stond op en gaf mij spontaan een zoen. “Para usted”, ze gaf me een grote jutezak voor de helft gevuld met verse aubergines. “Uit eigen patio”, voegde ze er aan toe. Dit was het begin van een lang gesprek en een fantastische dag die eindigde met een heerlijke aubergine-stoofschotel bij onze vrienden in de bergen.

Berenjenas guisadas (gestoofde aubergines)

Ingredienten:

1 pond aubergines, geschild, ontpit en in blokjes gesneden
4 eetlepels olie
2 theelepels zout
400 gram tomaten, gepeld, ontpit en in stukjes gesneden
1 theelepel azijn
1 gesnipperde ui
3 teentjes knoflook
1 takje peterselie


Bereiding:

Bak de ui en de knoflook lichtbruin en voeg dan de aubergines toe met de overige ingredienten. Laat het gerecht stoven gedurende ongeveer 45 minuten op laag vuur.
Indien u het wenst kunt u er een klont boter bijvoegen. Kijk af en toe of het niet droogkookt.
U kunt er dan wat water of rode wijn bij doen.

.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Bacalao19/7/2005

“Ik heb me toch een vreselijke dorst!”, zo kwam Marcos vorige week, zonder verdere groet door de achterdeur naar binnen. Hij opende de koelkast, greep de fles water die altijd in de deur van de koelkast staat, pakte een glas van het aanrecht en schonk zich een groot glas water in.
Het water verdween snel ‘klok, klok, klok’ in zijn keel, waarop hij mij opgelucht aankeek en me een hand gaf. “Ook goedemiddag”, zei ik. “Ik heb toch een dorst”, herhaalde hij.


“Vertel mij nou toch eens hoe jij aan zo’n dorst komt”, vroeg ik met Nederlandse nieuwsgierigheid.
“Je weet dat mijn vrouw drie dagen naar haar moeder is gegaan, die ziek is, niet waar?”, begon hij, “sí, sí’, zei ik gehaast, nog niet het verband tussen schoonmoeder en dorst ziende. “Ik moest dus vandaag voor mezelf en de kleine koken. In de kast vond ik nog een stuk Bacalao (gedroogde en erg gezouten kabeljauw), en dacht dat eens te koken met wat groenten en rijst. We vonden het wel erg zilt en na het eten hadden we een verschrikkelijke dorst, en nog steeds trouwens”, hij schonk zich weer een glas water in dat snel en lawaaierig verdween. “Hoe heb je het dan klaargemaakt?”, vroeg ik. “Nou gewoon”, zei hij de mond droogvegend met het tafellaken. “Ja, hoe nou gewoon, wees nou eens wat duidelijker en sneller ter zake por favor”, antwoordde ik ongeduldig. “Nou gewoon met ui, aardappel en eieren, a la Dominicana, maar hombre zout dat het was, ongelofelijk”, hij schudde het hoofd.

“Ik weet al wat er gebeurd is, heb je de Bacalao niet eerst twee uur in water laten ontzilten?”, vroeg ik. “Moet dat dan?”, antwoordde hij met gefronste wenkbrauwen. “Ja, anders raakt de vis het zout niet kwijt. dat verklaart dus je dorst. Heel eenvoudig chef-kok. Het is dus maar te hopen dat je vrouw snel thuiskomt, voor je je nog vergiftigt, kom morgen maar bij mij eten, en geef de kleine genoeg water”. Marcos dronk nog een glas water en liep de deur uit.
Hier volgt het recept voor de Bacalao guisado, begaat u niet dezelfde fout als Marcos, alstublieft!

Bacalao guisado (kabeljauw-gerecht)


Ingredienten:

1 pond bakkeljauw (gezouten kabeljauw, verkrijgbaar bij de tropische winkel)
1 pond gekookte aardappelen
2 liter water
1 theelepel azijn
3 gekookte eieren
3 eetlepels olie
2 uien in ringen gesneden
half kopje tomatenpasta


Bereiding:

Laat de bakkeljauw twee uur in water ontzilten. Laat ze goed uitlekken en breng ze aan de kook in de twee liter water. Laat ze 20 minuten koken. Spoel de vis nu in schoon water.
Ontdoe de bakkeljauw nu van graten en snijdt ze in kleine stukjes. In een pan bakt u de uien lichtbruin, voegt de tomatenpasta verdund met wat water toe, ook de azijn en de in stukjes gesneden vis. Even later voegt u de gekookte aardappelen toe.
Laat het geheel staan op laag vuur gedurende 15 minuten.
Vlák voor het serveren garneert u het gerecht met de in plakjes gesneden ei.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Cheo's troetelkip19/7/2005

Cheo is de eigenaar van het kleine eethuis aan de Dominicaanse kust in een stil klein dorpje. Alleen de plaatselijke bevolking komt er eten en af en toe een ‘verdwaalde’ toerist.
Dichtbij zijn restaurantje is een klein hotel waar ik wel eens enkele dagen doorbreng om ‘bij te komen’. Steevast eet ik dan tussen de middag zijn ‘plato del día’, de dagschotel die altijd geslaagd is. Meestal kip, op verschillende manieren klaargemaakt, soms varkensvlees en andere keren ‘bistec’, een heerlijke biefstuk.
Enkele weken geleden bezocht ik mijn lievelingshotelletje en na m’n spullen uitgepakt te hebben ging ik naar Cheo, een wandelingetje van een minuut of tien.

Na de uitgebreide begroeting, handen schudden en schouderkloppen, bood hij mij zoals een altijd een heerlijke koele vruchtensap aan. Ondanks de hartelijke begroeting zag ik iets triests in zijn gezicht. “Zeg het ‘s Cheo, wat is er aan het handje?”, vroeg ik hem. “Nada”, antwoordde hij, “ik heb alleen al mijn kippen moeten slachten, vanwege een gemeenteverordening”. “Moet je daar dan zo verdrietig om zijn”, zei ik, pogend hem te troosten, “een kip is maar een kip”. “Ja, voor jullie Holandeses is een kip een kip, maar voor mij zijn het huisdieren”, zei hij bijna huilend. “Wat heb je dan met die geslachte kippen gedaan?”, vroeg ik hem. “In de keuken”, wees hij met zijn hoofd. “Dus we eten vandaag als plato del día jouw eigen kippen?”. Ik moest er bijna bij lachen ware het niet dat ik in twee trieste gevoelige ogen keek. Afwezig schudde hij met zijn hoofd en vertrok naar de keuken.

Ik ging aan mijn vaste tafeltje zitten en pakte de menukaart. De kaart was nieuw. Speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. Er was geen plato del día die dag maar alleen maar exclusieve kipgerechten die de naam droegen van elk van zijn veertien kippen die die dag waren geslacht. Ik koos manuela uit. Een beetje verdrietig maar met veel smaak at ik die dag mijn kip bij Cheo.
Hier volgt het recept van zijn kip Manuela, zijn troetelkip.

Gallina guisada con macarones (gestoofde kip met macaroni)

Ingredienten:

1 kilo kip
half theelepeltje gemalen oregano
1 grote ui in ringen gesneden
1 eetlepel azijn
1 pond macaroni (grove ellebogen)
2 theelepels zout
snufje peper
3 eetlepels olie
2 teentjes knoflook
halve liter water (voor bij de tomatenpasta)
150 gram in stukjes gesneden ham
150 gram geraspte belegen kaas (of Parmezaanse)
1 groene paprika in stukjes gesneden
1 takje peterselie
2 laurierbladeren
wat kappertjes
10 zwarte ontpitte olijven
1 blikje tomatenpasta
50 gram boter


Bereiding:

Marineer gedurende een uur de kip met de knoflook, het zout, de oregano en de peper.
Bak in de olie de kip met de ham snel bruin en voeg de met water verdunde tomatenpasta en de overige ingredienten toe met uitzondering van de kaas en boter. Doe het deksel op de pan en laat het geheel sudderen tot het door en door gaar is, nu en dan wat water toevoegend. Voeg dan de gekookte macaroni toe met de boter en de hellft van de kaas. Meng het geheel en laat het eventjes sudderen totdat de kaas goed gesmolten is, net even voor het opdienen strooit u de rest van de kaas over de schotel.
Eet smakelijk.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Blanquita19/7/2005

Met veelvraten zoals geiten kan je onverwachts ineens in de problemen komen. Dat gebeurde onlangs met Maria. Maria is een van de drie dorpsonderwijzeressen die door iedereen gerespecteerd wordt. Niet alleen om haar beroep, als onderwijzeres, vooral zij die veel ervaring hebben worden bij ons op handen gedragen, maar ook als persoon. Maria leeft sober, kalm en is altijd vriendelijk. Zij leeft gelukkig met haar drie geiten en vijf kippen. Iedere zonnige morgen, om zeven uur, voor zij naar haar schooltje gaat, geeft zij de kippen hun dagelijkse portie maïs en wenst de geiten een goedemorgen. Dit vredige tafereel herhaalt zich om vijf over twaalf als Maria thuis komt van haar ochtendtaak, en even de schoolzorgen verdrijft met de liefde voor haar dieren.

Enkele maanden geleden, het was een dinsdag als ik mij goed herinner, was het dorp een dag in rep en roer.
Zoals altijd was Maria na de ochtendklas om vijf over twaalf thuisgekomen om haar geiten te begroeten en de kippen te tellen. Tot haar verbazing ontbrak er één van haar geiten. De witte. Haar lievelingsgeit, 'Blanquita' genaamd. Nu was het enkele maanden daarvoor ook al eens gebeurd en toen had Maria haar geit teruggevonden bij de buurvrouw. Zij (de geit) was toen over het prikkeldraad gesprongen en was bij de kokende buurvrouw in de keuken gelopen. Die dinsdag ging Maria dus snel bij de buurvrouw kijken of die haai- 'Blanquita' had in de patio. Wat echter niet het geval was. De buurvrouw liet de rijst de rijst en de bonen de bonen en samen startten zij een speurtocht en begonnen her en der in patio's en tuinen te zoeken. Al na een twintig minuten had zich een stoet van buurvrouwen met schorten en krulspelden gevormd die allemaal naar 'Blanquita' zochten en luidkeels het beest haar naam riepen.

Na lang zoeken werd het-geliefde dier gevonden in de moestuin van onze dorpsagent, die afwezig was die ochtend. Blanquita had de afwezigheid van de wetsvertegenwoordiger waargenomen en had haar knagende honger gestild in de vier-sterrentuin van agent Gómez. Maria had altijd al geweten dat Blanquita een verfijnde smaak had voor een geit maar nu was zij toch wel wat bezorgd toen zij ontdekte dat Blanquita ál de zorgvuldig gecultiveerde broccoli en bloemkool, groenten die in de tropen niet zómaar groeien, had opgevreten. En dat in de tuin van de meest humeurige man van ons dorp. Sommige vrouwen lachten bij het zien van de ravage en anderen keken bezorgd en dachten aan de gevolgen die dit geval zou hebben. Blanquita werd de les gelezen en naar huis gebracht en weer bij de andere geiten gezet.

Ietwat bezorgd gaf Maria die middag haar lessen. Nadat zij haar leerlingen naar huis had gestuurd en de deur van de houten school op slot had gedaan, liep zij peinzend naar huis. Met een vreemd voorgevoel sloeg zij de hoek om en kwam in de doodlopende straat waar aan het eind haar kleine blauwe huis stond. Daar stond onze dorpsagent al met over elkaar geslagen armen op haar te wachten. "Weet jij wel voor hoeveel geld dat witte monster van jou uit mijn moestuin heeft gevreten?", snauwde hij haar toe zonder groet. "Perdóneme", zei Maria heel nederig; "ik had Blanquita bij de andere geiten in de patio gezet, maar ze is over het prikkeldraad gesprongen". Het was typerend voor Maria niet boos terug te reageren of agressief te antwoorden ondanks de vernederende situatie.

Uit zijn borstzak haalde de agent een bevlekt vel papier waarop met onregelmatige en slordige letters een soort berekening was gemaakt. "Zestien bloemkolen, twaalfbroccoli's en een hoeveelheid veldsla., dat is wat dat ongedierte van jou heeft opgevreten", hij trok een nóg kwader gezicht. "Hoe kan ik het goedmaken?", vroeg Maria. "De bloemkolen kosten nu bij Juan (de marktkoopman) vijfentwintig Pesos per stuk en de broccoli twintig per stuk, reken dus maar uit, zeshonderdveertig Pesos'" in totaal". "En begrijp wel dat je geluk hebt dat ik niet de veldsla in rekening breng", ratelde hij verder. "En, en de emotionele schade! !", bulderde hij. "Morgen betalen of naar de 'fortaleza""", zo liep de agent met grote passen weg.

Nu is de Dominicaanse Republiek een derde-wereldland waar de lonen zeer laag zijn. Vooral degenen die in staatsdienst zijn verdienen heel weinig. Zo ook Maria, zeshonderdveertig Pesos was voor haar een half maandloon. Zo kwam het dus dat de tranen bij Maria in de ogen schoten. Op geen enkele manier kon zij zeshonderdveertig Pesos bij elkaar krijgen vóór de volgende dag. En de agent stond bekend als een man zonder mededogen en altijd uit op steekpenningen en afpersingen. Wat nu te doen. Dat was wat Maria nu bezighield.
Het lag niet in Maria's karakter de man te smeken of anderen om hulp te vragen. Alleen al het idee iemand anders lastig te vallen met haar problemen maakte haar zenuwachtig. Bezorgd kookte zij dus die avond haar 'plátanos"", maar liet die staan na twee happen. Bij het licht van haar olielamp, want er was die avond weer eens een stroomstoring van drie uur, keek zij het huiswerk na van haar meer dan veertig leerlingen. Zij herkende het handschrift van elk van hen, geinteresseerd als zij was in mensen, en in kinderen in het bijzonder. Daarna vulde zij een emmer water bij de kraan in de patio en baadde zich. Zoals te begrijpen sliep onze vriendin weinig en bracht de nacht woelend en draaiend in haar bed door, soms dromend maar meestal wakker.. ;

De volgende ochtend ging Maria gelaten naar haar school waar zelfs de leerlingen zich afvroegen wat er aan de hand was. Zij vertelde echter niemand iets over wat er gebeurd was. Toen Maria die middag thuis kwam voor haar lunchpauze opende zij zoals gewoonlijk de deur naar haar patio om haar kippen en geiten te begroeten. Achterin de patio, op zo'n acht meter afstand zag zij iets wits over het prikkeldraad hangen. Snel rende Maria er naar toe en zag Blanquita, dat is te zeggen haar vel, te drogen in de felle Caribe-zon. Zij barstte in tranen uit en liep naar de open annen van de buurvrouw die haar troostte en haar vertelde wat er gebeurd was. Om half tien was de agent gekomen en had autoritair hard op de deur staan bonzen. Toen er niet open werd gedaan was hij achterom gelopen, over het hek geklommen en had Blanquita meegenomen naar zijn huis. Daar had hij het dier, dat luid mekkerde, vastgebonden aan een boom. Had toen een 'matavaca"" gehaald en had het dier geslacht. Daarna had hij de huid naar Maria gestuurd met een van de schoenpoetsers die altijd wel een karweitje willen verrichten. Die dag was heel ons,dorp verontwaardigd over het onrecht en het machtsmisbruik maar zoals gebruikelijk durfde niemand iets te doen of te zeggen, bang voor represailles van de agent. Zo ziet men maar hoe een huisdier en een agent veel verdriet kunnen bezorgen.

* 640 Pesos is ongeveer F. 80,-.
'" fortaleza: letterlijk: fort, maar in de Dominicaanse Republiek gebruikt als woord voor gevangenis.
'" plátanos: groene grote bananen die men kookt.
'" matavaca: een lange dolk die slachters gebruiken.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Post houdt uitverkoop19/7/2005

Enkele weken geleden hadden we in ons slaperig zonnig dorp triest nieuws. Augustín, de postbode was ontslagen. Wegens “niet goed funktioneren”, had de postdirekteur meegedeeld. Augustín was een van onze dapperste postbodes. Veertien lange maanden had Augustín zich zwetend uitgesloofd. Zijn talent was helaas niet herkend en met hangend hoofd had Augustín de veroordeling aangehoord. Nu hadden velen wel hun twijfels omtrent Augustín. Ondanks dat-ie op z’n achtenzestigste nog honderd meter op de handen liep. Waar hij overigens vaak geld mee verdiende. Zodra een vreemdeling zich vertoonde in het dorp, was Augustín paraat. Als een roofdier bespiedde hij zijn prooi en op het juiste ogenblik en op de goede plaats, dwong hij dan een weddenschap af. Wie het verst op de handen kon lopen. Menig jongeman heeft hier wat tientjes verloren, want op de handen lopen, dát kon Augustín als geen ander. Terwijl hij dan op de handen liep vertelde hij altijd één van zijn laatste moppen. Zo’n spektakel vond dan plaats onder luid gejoel van altijd aanwezige schoenpoetsers, rondhangende lootjesverkopers en dorpsdronkelappen. Het zou overdreven zijn te zeggen dat Augustín zijn familie daarmee had onderhouden. Tenzij ze ‘s-morgens, ‘s-middags, en ‘s-avonds bier en rum zouden lusten. “De man van huis, de vrouw achter het fornuis”, was de clubleuze van de edele nathalzenvereniging waar Augustín niet-betalend lid van was. Luidruchtig brachten ‘de mannen van huis’ hun middagen door onder de avocadoboom op het dorpsplein. Kaartend, pratend en naarmate de flessen leegraakten....schreeuwend.

Anderhalf jaar geleden gebeurde er iets wat niemand had verwacht. Na jarenlang aandringen had Augustín’s lieve ronde vrouw hem toch zo ver te gaan solliciteren naar een echte baan. Als postbode. De vakature in het dorp stond al twee jaar open en niemand had nog gesolliciteerd. De Caribische man loopt niet graag in het uniform en nog minder in het gareel. Fietsen of lopen in de zon? Prima!!....voor hond of toerist, maar nu zou Augustín dan toch wel eens het goede voorbeeld geven voor de rest van het dorp. Hij leende een das bij de buurman, leende vijf Pesos om zijn schoenen te laten poetsen en ging na maanden weer eens naar de kapper.

Al snel was hij aangenomen. Nu zou het beledigend zijn te zeggen dat Augustín analfabeet was maar je kunt niet ontkennen dat sommige namen van straten hem boven de postpet gingen.Regelmatig gebeurde het dan ook dat hij je op straat bezweet en zenuwachtig-haastig aansprak en je vroeg een straatnaam hardop voor te lezen. Wat je natuurlijk met plezier deed. Hier helpt men elkaar nog met genoegen.Door de versnelde sollicitatieprocedure had de postdirekteur, geëmotioneerd door de onverwachte werklust van zijn dorpsgenoot, enkele details vergeten.Onder andere hoe de post te sorteren. Van elk organisatietalent ontspeend, greep Augustín ‘s-morgens de zak post, keerde hem om en begon in het wilde weg te lopen en te fietsen. Van hot naar haar en van kast naar muur.Zo zag je Augustín met regelmaat zwetend, zuchtend en met de tong op het stuur, heen en weer fietsen. Van centrum naar buitenwijk, en weer terug. Hij ging gewoon naar het volgende adres dat op de volgende enveloppe stond.

Niemand die hem vertelde de post te sorteren op straat en wijk. Nu houdt natuurlijk niemand zo’n leven vol maar Augustín was een doorzetter met veel energie. Toch, door veel zweet, weinig voedsel en veel bier begon zijn aandacht te verslappen voor het werk. Daarbij kwam nog het dorpsplein dat naar hem schreeuwde, iedere keer dat hij langs fietste, met zijn schaduwbomen en drinkebroers. Na bijna tien maanden waren wij ervan overtuigd dat Augustín bijscholing had gehad, in lezen en schrijven, en ..in sorteren. Waarom dachten wij dat?
Het was opvallend vroeg in de middag dat je Augustín alweer op het dorpsplein zag zitten. Pratend, kaartend,....en drinkend. Enkele weken later was dat al om elf uur ‘s-morgens. Wat was zijn geheim?
Dat hield het dorp bezig.

Nu was er ook nog iets anders dat het dorp bezig hield.Waar bleven de pakketjes, bankafschriften en ‘verrelanden-ansichtkaarten’? De zaak liep uit de hand en Augustín werd op het postmatje geroepen. Al snel kwam de bekentenis. Vijf grote zakken post hadden zich opgestapeld in de patio van Augustín’s houten huisje. Hij was gewoonweg gezwicht onder de druk van vrienden en de uitnodigende bomen op het plein. Maar wat nu? Het zou maanden duren voordat alle achterstallige post bezorgd zou kunnen worden. Een spoedvergadering werd belegd met alle vijf man personeel. De zaak was duidelijk. Er was maar één oplossing mogelijk.

Zo kwam het dat gedurende een week er op de ramen van het postkantoor een mededeling hing. Dezelfde boodschap riep de lokale radio-omroep om, na het ochtendnieuws. De post zou ‘uitverkoop’ houden van de niet-bezorgde post. Zaterdag, twee weken geleden, werden de zakken post leeggeschud op het dorpsplein. Vanaf 8.00 uur ‘s-morgens kon iedereen die post miste, die komen zoeken. Het was een dolle boel.
Boertjes, brave burgers, huisvrouw met krulspeld, blozende meisjes en boze jongens, verdrongen elkaar om de stapel post. Om tien uur was alle post verdwenen. Waarna Augustín zich zuchtend nog een glas inschonk, onder de schaduw van een boom.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Beunhazerij19/7/2005

Van de vele aardige mensen die dit eiland van de eeuwige zon bewonen vind ik de monteurs toch wel de bereidwilligste en meest behulpzame van allemaal. En bekwaam dat ze zijn! Zelfs je nieuwe motorfiets of scooter verbeteren ze nog door die van overbodige onderdelen te verhelpen. Gisteren maakte ik nog een staaltje vakmanschap mee. Het zat zo. Ik had een klein elektrisch probleem met mijn bijna nieuwe scooter. Het ding wilde niet meer elektrisch starten, de lichten en claxon werkten ook niet meer. Daar heb je hier je vrienden voor. Een vriend gebeld dus. Die kende een zeer goede monteur, een vriend’s vriend. Of ik om vier uur klaar kon staan, dan zouden we samen gaan.

Ik stond om vier uur klaar en eindelijk, het was denk ik kwart voor vijf hoorde ik het plof-plof van mijn makkers’ twaalf jaar oud Hondaatje langzaam dichterbij komen. “Cógelo suave”, (take it easy), is zijn lijfspreuk, dus stapte hij zeer relaxed van zijn trotse bezit en begroette mij uitgebreid. Hoe het met míj ging, en met de vrouw en of ik al lang stond te wachten. Na de juiste en beleefde antwoorden bood ik hem een glas aan.
Dat sloeg hij niet af en dronk het glas in een paar teugen leeg. “Vámonos”, zei hij, “laten we geen tijd verliezen”. Na een paar flinke trappen sloeg het motortje aan en ik volgde hem op de Vespa. Op naar de expert. Die bleek er éven niet te zijn. “Wat nu”, vroeg Carlos zich af. “Laten we even wachten”, suggereerde ik. Dat was een goed idee, dus vlijdden we ons neer in de schaduw van een mangoboom.

Na een drie kwartier kwam de bevriende monteur aankuieren. ‘Santo Domingo, no problem’, zag ik op zijn bevlekte T-shirt staan. Of we al lang stonden te wachten. Zo’n vraag met “ja” beantwoorden is not-done, dus schudden we het hoofd. ‘Papo’, gaf ons een hand en begon direkt een praatje-positief. “Het is zo gebeurd”, zei hij op de schooltandarts-toon, die mij vroeger zo angstig maakte. “Weleens eerder een Vespa gerepareerd?”, vroeg ik hoopvol. Papo nam een slok uit een flesje bier, liet een boertje en schudde het hoofd,” een scooter is een scooter”. Daar kon natuurlijk niemand tegen op, en wij knikten begrijpend.

Fluitend trok hij zijn overall aan en begon te demonteren. Het vlotte rap, al snel lag het elektrische systeem op de grond, tussen andere onderdelen. Papo nam nog een slokje bier...liet geen boertje deze keer, maar nam alle onderdelen één voor één in de hand.Hij keek mij aan en blaasde zijn wangen vol met lucht die hij langzaam liet ontsnappen. Ik wende het hoofd af en hoorde hoe hij om hulp riep naar een andere monteur.
Deze keek op, veegde met de mouw van zijn oranje overhemd zijn voorhoofd af, stond op en kwam langzaam naar ons toelopen. Hij schudde ons de hand. Hij heette Francisco maar men noemde hem Moreno.
Moreno zag het probleem verbazingwekkend snel. “De stroomverdeler”, bromde hij op zelfverzekerde toon. “Zeker weten?”, vroeg ik hem. Hij nam een slok uit Papo’s flesje en knikte twee keer snel met de ogen gesloten en zei :”zeker weten, dat ding moet eruit”. Opnieuw kreeg ik pijnlijke herinneringen aan de schooltandarts. Ik hield mijn mond stijf dicht. Papo zag nu ook het licht en riep íéts te luid: “ja, hij moet vervangen worden!’.

Er was maar één probleem.
In dit dorp is maar één Vespa en er zijn hier geen onderdelen te verkrijgen. “No hay problema”, zei Papo, “ik heb nog een verdelertje van een Yamaha, die past precies en dat scheelt je nog een berg Pesos ook, want je mag ‘m voor tachtig Pesos hebben”. “Wie kan zo’n koopje weerstaan!”, zei ik enthousiast. “Omdat je Carlos’ vriend bent natuurlijk hé, dat begrijp je wel”. Hij werd natuurlijk van harte bedankt. Aan de slag dus.

Ik zag al weer visioenen van probleemloos rondtoeren in ons mooie kustdorp. Het monteren ging minder vlot maar na een half uurtje passen en meten kon de zijkap dicht en werd de Vespa geprobeerd. Papo en Moreno keken mij met een trotse blik aan toen bleek dat alles weer funktioneerde. Ik rekende af en kreeg nog een plastic zakje mee met overbodige boutjes en moeren. “Het licht brandt zelfs nog feller dan voorheen!”, riep mijn vriend toe toen we snel optrokken. “Ja, fantastisch”, juichte ik hem uitbundig toe.

Na een tweetal gelukkige kilometers in een verdachte zee van licht, begaf de koplamp het. We stopten en keken bezorgd. Ik probeerde de remlichten. Niets. De claxon. Geen geluid. De richtingaanwijzers. Niet het gezellige gepiep van vroeger. “Zou die stroomverdeler dan toch niet goed zijn geweest?”, vroeg Carlos. De duisternis was mijn voordeel, hij kon mijn wanhopige blik niet zien. Van de in totaal vijf kilometer hebben we de laatste drie maar zwijgend gelopen. De vier maanden oude vriendin startte zelfs niet meer. Thuis aangekomen waren de problemen al snel op zijn Dominicaans opgelost...naar “mañana”. Met een volle mond en vol enthousiasme overtuigde Carlos mij gisterenavond van de ervaring en kunde van een ándere vriend, die héél veel van motoren wist. Over een half uur komt Carlos mij halen.

©Fulano - Exclusief voor Dominicaanse-republiek

0 Comments | Post Comment | Permanent Link